Stel uw vraag

Verhalen voor de kleintjes

Verkeerd begrepen..

Het is een heerlijke oktoberdag als ik besluit om met een weekblad bij de stal in het zonnetje te gaan zitten lezen… Ik zit er heerlijk uit de wind in het gele zand tegen de oude schapenstal geleund. Douwe en Silke, de twee Friese paarden, komen me begroeten en staan gezellig bij me te doezelen in de zon met hun ogen half gesloten en hun onderlip lekker ontspannen. Echt lezen doe ik niet, ik geniet van de rust, de zon, dit moment. Één van de Tamworth varkens, Bork genaamd, komt op zijn dooie gemak uit de bossingel  scharrelen. Als hij me ziet komt hij luid gillend op me afrennen, zijn bek open, de oren naar voren en de oogjes wijd open voor zover een varken dat kan. Ik schrik van zijn heftige reactie!  Bork begint wild tegen mij aan te duwen en begint aan mijn bodywarmer te scheuren, ondertussen luid schreeuwend en kwijlend. Ik zit nog steeds op de grond, ik kan niet opstaan maar ik ben ook eerder verbaasd dan angstig; ik ken mijn varkens niet zo. Opgeschrikt door het lawaai van zijn broer komt ook Brummel uit de bossingel stuiven en beide varkens staan nu aan me te duwen en te trekken. Wat mankeert deze dieren? Er flitsen verhalen door mijn hoofd van mensen die aangevallen werden door hun varkens. Zou dit het zijn? Ik probeer ze van me af te duwen maar hoewel ze nog maar acht maanden zijn, zijn het al flink uit de kluiten gewassen knapen die zich niet zomaar aan de kant laten zetten.. Ik probeer ze te te kalmeren door met ze te praten en te aaien en langzaam zie ik ze ontspannen.. het geluid veranderd in een zorgelijk knorren, de oogjes en oren krijgen weer hun normale stand en ze wroeten wat in het zand om mij heen. Af en toe komen ze nog even kijken of het allemaal wel goed gaat en na een kwartier ploffen ze naast me in het zand.

Ondertussen denk ik na over wat er is gebeurd… Waarom waren ze zo van streek???? 

Mijn gedachten gaan terug naar het eerste koppel varkens; Bas en Barbara en ik herinner mij hoe overstuur ze waren toen één van de ooien ziek in het land lag. Ze had een hersenbloeding en we waren aan het wachten op de dierenarts. Alle andere schapen en de twee paarden en wij stonden er in een cirkel omheen en de varkens waren heel ongerust en probeerden het schaap omhoog te trekken. Ze wisten dat het niet goed ging en wilden helpen! Dat ging ook gepaard met heel veel lawaai en geduw..

Ik besef nu pas dat Bork en Brummel, in tegenstelling tot Bas en Barbara, mij door omstandigheden niet zo vaak op de grond hebben zien zitten. Nu lag ik dan tot hun grote schrik zomaar in het zand! Ik begrijp dat ze me wilden laten opstaan. Dat ze werkelijk bezorgd waren! Maar toen ze me helemaal van top tot teen hadden gecontroleerd en uiteindelijk doorhadden dat er werkelijk niks aan de hand was gingen ze gerustgesteld naast me liggen om ook te genieten van de zon.. Weer heel veel geleerd vandaag!  En de wasmachine draait weer op volle toeren..

  • 01-varkens
  • 02-tam
  • 03-tam
  • 04-tam
  • 05-tam
  • 06-tam

Het lammetje Gijs Eigenwijs..

Gijs Eigenwijs liep met zijn moeder, zijn zusje Sophie en alle andere schaapjes en lammetjes in de grote wei. Het was een prachtige lentedag, de vogeltjes zongen uit volle borst. De zon scheen, er was geen wolkje aan de lucht en in de wei stonden de allermooiste bloemen in allerlei kleuren: Rood, geel oranje en zelfs blauwe bloemetjes... De schaapjes stonden rustig te eten van het malse voorjaarsgras en alle lammetjes waren vrolijk aan het dartelen. Alle lammetjes behalve één: Juist, Gijs Eigenwijs. “Kom nou met ons spelen!!” riepen de andere lammetjes, maar Gijs Eigenwijs stond somber bij het hek en tuurde naar de verte. De verte, dat is de Wijde Wereld... Gijs Eigenwijs zuchtte eens diep. Wat zou het heerlijk zijn als hij eens de wijde wereld in kon trekken! Hij zou avonturen willen beleven en niet langer in die stomme, saaie wei lopen en stomme, saaie spelletjes doen met al die stomme, saaie lammetjes..

Uit verveling duwde Gijs Eigenwijs eens wat met zijn hoofd tegen het hek.. Hééé!!!! Wat was dat nou? Het hek ging zomaar open!!! Hoe kon dat nou? Zou de boer vergeten zijn het hek te sluiten? Gijs Eigenwijs keek eens om zich heen. Zou hij het moeten zeggen tegen zijn moeder dat het hek openstond? Zijn moeder lag rustig samen met Tante Sjaan te herkauwen en ondertussen gezellig te kletsen over allerlei schapenzaken. Ze lette niet eens op Gijs Eigenwijs. En zijn zusje Sophie was aan het krijgertje spelen met de andere lammetjes. Niemand die op hem lette en niemand die merkte dat het hek open stond....

Nog één keer keek Gijs Eigenwijs achterom en floep.... Glipte hij door het hek naar buiten. Oeioeioei... Gijs Eigenwijs, wat doe je nou???? Weet je dan niet dat het gevaarlijk is buiten de wei?

Nee, dat weet Gijs Eigenwijs niet. En ook al zou je het hem vertellen: hij geloofd het toch niet. Buiten de wei scheen de zon immers net zo mooi en waren er net zoveel bloemetjes als in de wei.. En de vogeltjes zongen hier misschien nog wel harder en mooier!! Bovendien, er was nog steeds geen wolkje aan de lucht...

Gijs Eigenwijs nam een sprongetje van plezier: Hoera!!! Hij ging de Wijde Wereld in!!! En huppelend liep hij het zandpad af...

Plotseling schrok Gijs Eigenwijs! Wat was dat nou? Achter een ander hek stond plotseling een heel groot zwart monster!!!! Gijs bibberde en zijn hartje sloeg op hol: hij kon het voelen kloppen in zijn borst: Kaboengkaboengkaboeng...

“Zo kleine man,” zei het zwarte monster met een donkere stem, “Wie ben jij en wat doe je hier zo alleen?” “Ikikikikik ben Ggggijs Eieieigenwijs.” Bibberde Gijs Eigenwijs, “En wie ben jij?” “Ik ben Douwe, het paard.” zei Douwe.. “Weet jouw moeder wel dat jij hier bent?”

“Puh.... Heus wel hoor” zei Gijs Eigenwijs heel dapper en liep gauw door! Stel je voor dat Douwe zijn moeder zou waarschuwen, dan was zijn reis in de Wijde Wereld wel heel erg kort!

En gauw, gauw huppelde Gijs Eigenwijs op zijn vier vrolijke beentjes het hek voor bij, de zandweg verder op...

Tok, tok...Tôook..

Wat was dat? Gijs Eigenwijs keek om zich heen: waar komt dat geluid vandaan? Plotseling een geritsel in het struikgewas en daar komen drie kippen en een Grote Haan de zandweg opstappen! De Grote Haan rolt met zijn ogen en zegt dan met een barse stem: “Zo ventje, wat moet dat daar zo helemaal alleen? Weet je moeder wel dat jij hier zo alleen rondhuppelt?”
“Hhheus wel, hoor! Ik trek de Wijde Wereld in!”zegt Gijs Eigenwijs, en terwijl de kippen hun hoofd zorgelijk schudden huppelt Gijs Eigenwijs dapper verder.. steeds verder en verder...

Al huppelend en zingend bereikte Gijs Eigenwijs Het Bos.. Oei... Dat is iets heel anders als de wei... Dit waren wel heel veel bomen bij elkaar!! En achter elke boom kon Het Grote Gevaar wel eens zitten!!! Daar had hij Mama en de Tantes wel eens over horen praten. Het Grote Gevaar, dat zo plotseling van achter een boom tevoorschijn kon springen en kleine lammetjes kon opeten!!!!
Oeioeioei... Gijs Eigenwijs moest even slikken. Hij keek om zich heen, hij was wel héél ver de Wijde Wereld ingetrokken. Hij kon de schaapjes en de lammetjes niet meer horen... Nou hij zo eens goed luisterde: hij hoorde ook geen vogeltjes meer.... Hij rilde, waar was de zon nou opeens gebleven? Gijs Eigenwijs zag nu plotseling dat het wel heel donker was geworden en toen hij naar de lucht keek schrok hij!!! Nu was er wél een wolk aan de lucht!!! Alle schapekeutels nog aan toe zeg!!! Dit was Een ENORME DONDERWOLK!!!!!!

BOEMERDERBOEMERDEBOEM!!!!!

Alle boterbloemen nog aan toe!! Wat was dat!! Gijs Eigenwijs keek verschrikt om zich heen!!! Het bos was nu heel donker en een bliksemflits schoot door de lucht, en weer: BOEMERDEBOEMERDEBOEM!!!!

Gijs Eigenwijs dook in elkaar en terwijl hij daar zo mak als een lammetje, doodsbang op het mos tussen de bomen lag te bibberen van de kou begon het verschrikkelijk hard te regenen!!!!! O o o o oo oo ooooo... Al snel was Gijs Eigenwijs door en doornat van de regen en hij was zo koud en hij had zo’n honger.. En och.. Wat was hij plotseling moe, zo moe.... Hij kroop nog dichter in elkaar en dacht aan de wei, zijn lieve Mammie, zijn zusje Sophie en alle andere schaapjes en lammetjes... O, waarom was hij toch zo dom geweest om helemaal alleen de Wijde Wereld in te trekken!!!

Hij zou zijn moeder en zijn zusje nooit meer zien. Niemand zou hem ooit kunnen vinden hier in Het Grote Bos... Hij zou nu vast en zeker doodgaan, ooooo vreselijk!!!!En Gijs Eigenwijs huilde en huilde en viel van vermoeidheid in een diepe slaap terwijl het onweer boven Het Grote Bos voortraasde....

Hé!!! Wat is dat? Gijs Eigenwijs schrikt plotseling wakker! Hij voelt iets warms en nats op zijn gezicht!!! Gatsie, wat is dat!!! En plotseling wist hij het: Dit is Het Grote Gevaar!!!! Het was achter een boom vandaan gekomen en was nu bezig hem op te eten!!! Het Grote Gevaar likte hem al met een Grote Gevaarlijke Tong over zijn gezicht!!!! Hij zou zo zijn eerste hap wel nemen!!! Gijs Eigenwijs kneep zijn beide oogjes stijf dicht en dacht: Dit is het eind van Gijs Eigenwijs...

 
  • 13-schapen
  • 14-schapen
  • 15-schapen
  • DSC01673
  • DSC01689
  • IMG_7457

Joep

“Goed zo, Joep, je hebt het lam gevonden kerel, je bent een brave hond. We zullen het kereltje lekker droogwrijven en weer gauw naar zijn moeder brengen. Ze zal wel ongerust zijn!”

Gijs Eigenwijs slaakt een zucht van verlichting! De stem van de Boer!!! Nu komt alles weer goed! De Boer zal hem wel weer naar zijn moeder brengen en terwijl de Boer hem optilt legt Gijs Eigenwijs zijn hoofdje dankbaar in de nek van de boer en beloofd hij zichzelf: Ik zal nooit meer alleen de Wijde Wereld ingaan!!!

 


 Emily

Langzaam dringen de geluiden van de ochtendroutine in het huis tot haar door. Emily strekt haar oude lichaam en draait zich op haar rug. Met haar pootjes in de lucht mijmert ze nog wat na over het grote avontuur wat ze gisteren had beleefd. Phoe, dat was wel heel bijzonder en dat op haar leeftijd! Met haar achterpootje krabt ze aan het irriterende halsbandje wat ze nu om haar nekje draagt. Ze voelt het als een straf want in haar ruim tien jarig bestaantje heeft ze nog nooit, echt nooit een halsbandje gedragen. Laat staan zo een met zo’n overdreven glimmend adreskokertje er aan bungelend. Jeetje, het lag toch zeker niet aan háár dat mensen zo ingewikkeld konden doen? Zelf is ze zich er niet van bewust dat ze iets verkeerds heeft gedaan. Nou ja... oke, dat graven onder het hek is waarschijnlijk tegen de regels maar een oude dame mag toch zeker ook wel wat privileges hebben? Zeker als je van oude, Oosterse families afstamt?
Voor Emily was het een gewone, simpele zaterdag. Ze ergerde zich in grote mate aan het gedrag van de jonge pups. Tjonge, wat een onmogelijke jongens waren dat. De godganse dag stoeien, blaffen, rennen en vliegen en tussendoor steeds proberen om Emily in de staart te bijten. Ze werden met de dag brutaler. Logisch toch dat ze eens ging kijken of ze onder het hek door kon kruipen om een rustig plekje te zoeken waar ze veilig zou zijn voor het woeste geweld van de twee jonge blagen? Ze verdiende wat rust op haar leeftijd.

Met wat krabbelen had ze al gauw een plekje tussen het gras onder het oude kastanjehek losgepeuterd waar ze een gat kon graven. Veel ruimte had ze niet nodig want ze was nog net zo slank als in haar jonge jaren. Daar lette ze altijd goed op; Emily was echt niet van plan om ooit zo’n ouwe dikke, pluizebol te worden zoals het mormel van drie boerderijen verder op! Welnee; Emily was maar wat trots op haar slanke, lenige lichaam en op haar goudblonde, weelderige vacht. Ze had dan ook altijd nog veel bewonderaars en door haar zogenaamde “baasjes” werd ze nog altijd liefkozend PRINSESJE genoemd.
Aan de andere kant van het hek schudde ze de aarde van zich af en strekte ze zich uit. Vrijheid! Ze keek eens om zich heen en besloot een wandeling over de es te gaan maken. Het was oktober, zo’n heerlijke herfstdag met een stralende zon en een strakblauwe hemel. Dat zou binnenkort wel gauw veranderen dus ze besloot extra van de wandeling te gaan genieten.
Algauw was de boerderij uit zicht en Emily werd in beslag genomen door alle geuren die ze onderweg op ving. Ze rook de verse geursporen van de buurhonden die pasgeleden hier hadden gelopen. Gelukkig waren die niet meer in de buurt. Ook rook ze wat oudere geuren; de sterke geur van een bunzing, twee hazen die het zandpad waren overgestoken, het spoor van een reegeit met haar kalfje.. Er was toch regelmatig veel verkeer op de es bedacht Emily. En ajakkes!! Nee toch? Ja hoor; de geur van die ouwe, vervelende vos! Ze had hem vannacht nog horen keffen in de verte! Emily herinnert zich nog dat zijn tante en nicht de Brahma’s hadden gestolen, jaren geleden alweer. Wat veertjes was alles wat ze hadden achtergelaten!Die stomme kippen hadden zich zo van hun stok af laten plukken. Zelfs de haan was meegenomen, de sukkel!
Emily vond dat op zich niet zo erg. Ze had niet bepaald een binding met de kippen gehad maar de verse eitjes die ze vroeger 3 keer per week kreeg moest ze vanaf die tijd ook missen... Natuurlijk kreeg ze wel haar eitjes nog, haar mooie vacht had ze natuurlijk niet voor niks maar de eitjes uit de supermarkt waren toch lang niet zo smaakvol als de scharreleitjes van de Brahmakippen.. Het water liep haar in het koninklijk snoetje bij de herinnering aan de verse eitjes...

    

Al snuffelend en mijmerend had ze ondertussen ongemerkt al een hele afstand over de es gekuierd en was al weer vlakbij de boerderij. Ze besloot via de paardenwei terug te lopen naar huis maar o, wat was ze moe.. De gedachte aan de zwarte belhamels thuis die haar thuis zouden gaan besnuffelen en over haar heen zouden gaan buitelen deed haar besluiten om nog even van de rust te profiteren en een dutje in het lange gras te gaan doen. Ooooo... heerlijk, zo lekker in het zonnetje... Vlak voor ze in slaap viel dacht ze nog even aan haar zogenaamde “baasjes”. Och... tja... en weg droomde Emily.. van grote heidevelden, mooie bossen, zon en wind.......
He gatver.... Emily keek op en knipperde tegen het zonlicht. Er stonden twee grote, bruine mannenschoenen naast haar. Een mannenstem mompelde: “Zo kleine, wat doe jij hier zo helemaal alleen in het hoge gras? Ben je ziek? Heb je geen halsbandje? Waar is je baasje? Ik wil je wel helpen maar ik ben op de fiets en ik kan jou niet meenemen. Waarom ga je niet staan? Ik zal de dierenambulance bellen want ik denk dat je naar de dierenarts moet. Heb je een trap van het paard gehad? Wat lig je hier toch stil..” Emily begreep er helemaal niks van maar de man was aardig en aaide haar voorzichtig dus ze bleef lekker liggen. Iedereen wilde haar altijd aaien want natuurlijk was ze toch een PRINSES? De man bleef tegen haar praten en bleef haar zachtjes strelen. Plotseling hoorde ze dichtbij een auto stoppen en de portieren gingen open. “Dag kleine pop, ben jij verdwaald? Heb jij geen halsbandje om? Wat doe jij hier toch helemaal alleen? We nemen jou mee naar het asiel, dan kun je op krachten komen en de dokter zal dan naar je kijken. We gaan dan kijken of we je baasje kunnen vinden want die moet toch heel erg ongerust zijn.”
Voordat Emily besefte wat er gebeurde werd ze opgetild door een paar sterke armen en achter in de auto gezet. In een BENCH!!! Wat een vernedering! Nog nooit in haar hele leven had iemand haar in een bench gezet! Een bench is voor gewone honden maar toch niet voor een PRINSES?? Beledigd ging ze met haar rug naar de man toe zitten. Schande!
Emily kon niks zien achter in de auto. Ze wist ook niet waar ze naar toe ging. De reis duurde wel heel erg lang. Bang was ze niet. Welnee, ze was nooit bang! PRINSESSEN hoefden namelijk nooit bang te zijn want er werd altijd wel voor ze gezorgd. Na een hele tijd stopte de auto en Emily werd uit de bench getild. De deur van een groot gebouw ging open en ze hoorde allemaal honden blaffen. Plotseling stonden er allemaal jonge vrouwen om haar heen: Ö, wat een prachtig hondje!! Wat een schatje! Waar is ze gevonden? Is ze gewond? Is ze gechipt? Wat is er met haar aan de hand? Is ze verdwaald?”
Een van de vrouwen pakte haar op schoot en Emily was het stralende middelpunt! Ze genoot van alle aandacht en knuffels van iedereen. Ze kreeg een bakje vers water en er werden haar wat brokjes aangeboden maar die weigerde ze beleefd. Ordinaire brokjes waren niet aan haar besteed. Ze mocht mee met de dame die haar op schoot had genomen. Ze liepen door lange gangen waar achter hekken allemaal honden naar haar keken. Deze honden kregen ook allemaal water en brokjes. Emily keek rillend toe hoe de honden de brokjes met smaak op aten..
Toen alle honden verzorgd waren pakte een van de vrouwen Emily op en ze werd in een kennel gestopt. De sleutel werd omgedraaid. En daat zat ze. Voor het eerst in haar leven was ze opgesloten. Alsof ze iets vreselijk verkeerds had gedaan! Bang was ze nog steeds niet. Wél diep verontwaardigd! Wat moest ze nu? Werd ze geacht hier de nacht door te brengen? In een mandje op de grond? Dat zal toch niet waar zijn?? Opnieuw rilde ze van afschuw.. Ze hoorde vreemde geluiden. Dichtslaande deuren, sleutels die omdraaiden in sloten, kettingen, rinkelende telefoons, een deurbel, vreemde stemmen en af en toe geblaf of gehuil van de honden... Het was donker in de kennel. Er stond een mandje en

een bakje vers water met de afschuwelijke brokjes in een bakje ernaast. Emily zuchtte diep... Ze dacht aan thuis. Haar allereigenste mand bij de kachel. De rooie kater die altijd bij haar wilde slapen. Ze dacht aan haar zogenaamde “baasjes”die haar elke dag borstelden en haar nooit op zouden sluiten. De vertrouwde geluiden, de geuren. Het allerlekkerste vlees wat ze elke dag kreeg. Haar bot. Ze dacht zelfs aan de pups. Die akelige pubers die nu plotseling zo vertrouwd leken. Hier rook ook alles zo vreemd... Ze stond op het punt om vreselijk medelijden met zichzelf te krijgen toen ze plotseling naderende voetstappen hoorde. Een deur ging open en aaaaaaaaahhhhhh; Daar stonden haar zogenaamde “baasjes”!!!!! De kenneldeur werd geopend en vrouwtje tilde haar op. Haar tranen liepen in Emily’s vacht!!! Ze waren haar komen halen! Emily was zo blij en opgelucht dat ze bijna zou gaan kwispelen maar ze vermande zich nog net op tijd. Het was tenslotte hun plicht om haar uit deze situatie te halen. Toch?? Ze worstelde zich uit de armen van het vrouwtje en liep met opgeheven hoofd en de krul in de staart naar de buitendeur; “BRENG MIJ ONMIDDELLIJK NAAR HUIS!!